Track DescriptionAvailable in:
Het zesde gedicht, Blaník, werd voltooid op 9 maart 1879 en ging tegelijk met Tábor in première op 4 januari 1880. Beide gedichten hangen sterk met elkaar samen. Ze gaan beide over de oorlogen in de 15e eeuw, waarbij de Hussieten, volgelingen van de kerkhervormer Jan Hus, hun religieuze overtuigingen bevochten.
Het verhaal van Blaník begint op het moment dat de Hussieten een nederlaag hebben geleden en zich terugtrekken op de berg Blaník. Volgens de overlevering vielen ze daar in slaap, in afwachting van het moment dat ze weer voor hun vaderland moesten vechten. Smetana maakt hier, net als in Tábor, gebruik van de hymne van de Hussieten, 'Gij strijders voor God', om de tocht van de ridders naar de berg Blaník met een thema, door het orkest in hoog tempo uitgevoerd, te begeleiden.
Eeuwen later, terwijl de ridders slapen, klinkt op de berghellingen de fluit van een herdersjongen. Een hoorn antwoordt dat de ridders nog altijd bereid zijn voor het vervolg van de strijd. Ten slotte keren thema's terug uit Vyšehrad, het eerste gedicht van Má Vlast. Deze thema's vertegenwoordigen een nationaal symbool van de Tsjechen - de rots Vyšehrad, gelegen aan de Moldau (Vltava), in Praag - en, met hun edele en majesteitelijke akkoorden, de glorie van Bohemen.
Audio AnalysisFile HashesNone Found...