Track DescriptionAvailable in:
Het vierde gedicht Z českých luhů a hájů (Uit Bohemens wouden en beemden) werd voltooid op 18 oktober 1875. De première was op 10 december 1878.
De muziek begint dramatisch, maar verglijdt al spoedig in een lyrische sfeer, waarin vogels zingen, bomen ruisen in de wind en waterstroompjes kabbelen. Dit op de achtergrond kabbelende geluid wordt, net zoals in Vltava, door de strijkers uitgevoerd. Dan klinkt er een statig thema, door de hoorns gespeeld, dat uitdrukking geeft aan het wezen van de natuur. Nu hoort men de klanken van een polka, die de bevlogen volksdansen van de boeren weergeeft. Ten slotte, met op de achtergrond het borrelend geluid van de waterstroom, komen alle thema's uit het stuk samen en de muziek eindigt met een majestueuze presentatie van het volledige orkest, die een gevoel van opgewektheid en optimisme achterlaat.
Audio AnalysisFile HashesNone Found...